Onthulling 12 september

EERDE – Kamp Eerde, gelegen tussen Ommen en Den Ham, krijgt een gedenkmonument. Het monument is tot stand gekomen dankzij velen betrokken partijen, waaronder voormalige kampbewoners en Natuurmonumenten. Deze laatste als eigenaar van Landgoed Eerde. Het monument staat symbool voor de bewogen tijden van het kamp en de rijke geschiedenis van Landgoed Eerde. Sommige sporen zijn nog duidelijk zichtbaar andere wat minder. Van kamp Eerde is niet meer veel te zien, maar met het monument is er een blijvende herinnering. Het monument is bereikbaar vanaf de parkeerplaats aan de Meertjesweg. De officiële onthulling van het monument is op zaterdag 12 september om 14 uur met oud kamp bewoners en gaat gepaard met Molukse muziek.

Moluks woonoord
Behalve als werkkamp heeft kamp Eerde ook dienst gedaan als woonoord voor Molukkers. Van augustus 1952 tot mei 1961 diende het als Moluks woonoord. Voor de goede orde: kamp Eerde heeft niets te maken met kamp Erika op de Besthmenerberg. Het aantal bewoners van kamp Eerde bestond op 1 december 1952 uit 120 personen, verdeeld over 26 gezinnen en drie alleenstaanden. Het enige wat vandaag de dag nog herinnert aan kamp Eerde, gelegen aan de weg tussen Ommen en Den Ham, is de beheerderswoning aan de Hammerweg 65. Voorts werd vorig jaar de grote ijzeren vlaggenmast naar boven gehaald, waar kampbewoners bijna dagelijks onder de wapperende vlag een saluut uitbrachten. De ingang van kamp Eerde was gelegen tegenover de huidige Baron van Pallandtlaan. Iets deze zandweg op en dan rechts. De ligging van de weg maakt ook dat de beheerderswoning met de voordeur en kantoortje naar de vroegere kampweg uitkijkt. De houten barakken waren in ovale vorm gesitueerd in oostelijke richting. De geschiedenis van kamp Eerde stamt eigenlijk al uit 1935. Baron van Pallandt voldeed aan het verzoek van de “Centrale voor werkloozenzorg, gesticht op initiatief van den Raad van Ned. Kerken voor practisch Christendom” om een barakkenkamp te mogen bouwen als onderdak voor werkloze jongeren uit de grote steden. Behalve slaap- en wasruimte, een keuken was er een woning met kantoortje voor de kampcommandant, een sportveldje en een concertzaal “Het kunstmin” voor recreatiedoeleinden.

Kamp Eerde 4

In de oorlogsjaren is op kamp Eerde een afdeling van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD) gevestigd geweest. De laatste jaar van de oorlog is kamp Eerde in gebruik bij de Hitlerjeugd. Na de oorlog (1940-1945) is het kamp korte tijd een selectiekamp geweest voor de schippers-internaten in Dieren, Dordrecht en Vlaardingen. Jongens die interesse voor de scheepvaart hadden kwamen via de arbeidsbureaus eerst in het kamp in Eerde voor onderricht in bankwerken, timmeren en schilderen en herhalingsonderwijs in taal, rekenen en aardrijkskunde. Evenals voor de oorlog was de heer Willems tot zijn afscheid in 1947 commandant van het inmiddels tot “Rijkskamp voor de Sociale Jeugdzorg in Ommen” omgedoopte jeugdkamp. Als laatste hebben de barakken onderdak geboden aan de Internationale school tot dat ze werden gesloopt en opgeruimd met uitzondering van de beheerderswoning. Het terrein is vervolgens weer teruggegeven aan de natuur.

kamp Eerde

Tijdlijn geschiedenis kamp Eerde

1935

De geschiedenis van kamp Eerde stamt uit 1935. Door de “Centrale voor werkloozenzorg, gesticht op initiatief van den Raad van Ned. Kerken voor praktisch Christendom” werd toen een barakkenkamp gebouwd die onderdak bood aan werkloze jongeren uit de grote steden. Onder de slogan “Jong Holland snakt naar werk” werden jongeren aan het werk gezet. Behalve slaap- en wasruimte, een keuken was er een woning met kantoortje voor de kampcommandant, een sportveldje en een concertzaal “Het kunstmin” voor recreatiedoeleinden.

30-09-1940

Het is feest in Eerde. Het werkkamp voor jeugdige werklozen bestaat 5 jaar. In die 5 jaar is het Rijkskamp bezocht door ruim 2400 jongens, die er samen meer dan 100.000 kampdagen doorbrachten. Kampcommandant Willems brengt veel dank uit aan baron van Pallandt, die deze arbeid steeds meer gezien heeft als jeugdwerk in plaats van werkverschaffing.

1941

De sociaal-zwakke jongeren van kamp Eerde worden verplaatst naar de padvindersboerderij in Ommen om plaats te maken voor een afdeling van de Nederlandse Arbeidsdienst. De eerste ploeg telt 100 mannen. Het Nederlandse leger is ontbonden, er is veel werkloosheid. De Arbeidsdienst verricht werkzaamheden die anders niet uitgevoerd zouden worden, anders zou de werkloosheid nog groter worden. De leus is “Ik dien”.

15-01-1942

Het kamp in Eerde waar de Arbeidsdienst was gevestigd en daarna een landbouwer opleidingskamp werd krijgt in januari 1942 de bestemming van werkkamp voor jongeren.  Zogeheten sociaal-wilszwakke jongeren, die geen zelfbeheersing hebben werken, totaal 80, moeten wennen aan orde en werken in de bossen. Ze mogen het kamp alleen onder geleide verlaten.

1943

Op Laarbrug wordt een nieuw kamp gebouwd voor de Arbeidsdienst.

1 december 1943

De Quakerschool op kasteel Eerde wordt gevorderd. Het kasteel is nodig voor het onderbrengen van de slachtoffers van de geallieerde luchtaanvallen in Duitsland. In die tijd is het sociale Rijkskamp in Eerde in gebruik bij de Hitlerjeugd. De Nationale Jeugdstorm wordt opgeleid in de padvindersboerderij aan de Koesteeg en krijgt op 6 juni 1944 bezoek van Mussert. De Hitlerjeugd speelt met gevangene van kamp Erika het spel hoe zoek ik een gevangene. De Erika-gevangene krijgt tijd zich te verstoppen in de bossen van Eerde, maar weet te ontvluchten door stiekem de Regge over te zwemmen.

1947-1951

Na de oorlog werd het kamp een selectiekamp voor de schippers-internaten in Dieren, Dordrecht en Vlaardingen. Jongens die interesse voor de scheepvaart hadden kwamen via de arbeidsbureaus eerst in het kamp in Eerde voor onderricht in bankwerken, timmeren en schilderen en herhalingsonderwijs in taal, rekenen en aardrijkskunde. Evenals voor de oorlog was de heer Willems tot zijn afscheid in 1947 commandant van het inmiddels tot “Rijkskamp voor de Sociale Jeugdzorg in Ommen” omgedoopte jeugdkamp.

01-01-1951 wordt aan J.N.H. Voigts eervol ontslag verleend als commandant van het Rijksjeugdkamp te Eerde. In zijn plaats werd benoemd de heer de Vries uit Deurne, thans adjudant-commandant aldaar. De heer G.H.M. van Doorn werd bevorderd tot adj. commandant te Eerde.

01-03-1951

Een jeugdige kampdeelnemer op Rijkskamp Eerde liet donderdagavond in het kantoor van de chef, de heer J.Rouink, vlak voor de kachel een fles benzine vallen met als gevolg dat binnen enkele ogenblikken het kantoortje in lichterlaaie stond. Het kantoor brandde geheel uit.

08-03-1951

Kamp Eerde wordt verplaatst. Het selectiekamp voor schippersleerlingen, dat thans gevestigd in het Rijksjeugdkamp Eerde is op 8 maart overgeplaatst naar het Kamp Laarbrug, dat sinds jaar en dag ongebruikt staat. Genoemd kamp ressorteerde onder het departement van justitie en is thans overgedaan aan het departement van O.K. en W. Welke bestemming het kamp Eerde krijgt is nog onbekend. Vermoedelijk worden hier gerepatrieerden ondergebracht.

13-03-1951

Inmiddels ontvangt de kampleiding bericht dat zij Laarbrug weer moet ontruimen omdat dit kamp bestemd is voor een aantal Ambonese gezinnen dat op 20 maart in ons land arriveert. De helft van het kamp Eerde was reeds overgebracht naar Laarbrug en 13 maart zou men het nieuwe kamp officieel openen. Het selectiekamp blijft dus op Eerde.

01-05-1951

Ommen stond maandag in het teken van Ambon. Met een klein beetje fantasie kon men zich zelfs in dit land wanen. Waar men ook keek, zag men Ambonezen, van wie de mannen grotendeels in uniform (militair) waren gekleed en de vrouwen in kleurige sarongs. De baby’s werden in een doek op de rug meegedragen. Deze Ambonezen zijn enige dagen geleden op kamp Laarbrug gearriveerd en waren thans in Ommen om inkopen te doen. De grootste belangstelling ging uit naar kleding een schoeisel. ‘s Middags kregen de gasten door de winkeliers in hotel Stegeman en hotel De Zon een warme maaltijd aangeboden, een geste die op hoge prijs werd gesteld. De beide hotels waren herschapen in een paar druk beklante toko’s. Terwijl de vrouwen op ongedwongen wijze de kinderen aan het voeden waren, trachten de mannen een praatje aan te knopen met de Ommenaren. Waar woorden te kort schoten werden de handen te hulp geroepen.

01-06-1951

Het Rijkskamp Eerde, selectiekamp voor schippersleerlingen wordt met ingang van 1 juni 1951 verplaatst naar kamp Ampsen bij Lochem.

1952-1961

Kamp Eerde is als Moluks woonoord in gebruik geweest van augustus 1952 tot mei 1961.

Molukse vrouwen in hun mooie sarong liepen regelmatig in de bossen op zoek naar wilde spinazie. Herinnering is er ook aan de tragische dood van 2 of drie kinderen uit het woonoord. Ze zakten door het ijs van de grote Besthmenerven. De kinderen liggen begraven op de begraafplaats aan de Hardenbergerweg in Ommen.

22-10-1957
In het woonoord Laarbrug worden zes nieuwe barakken gebouwd. Het ligt in de bedoeling woonoord Eerde op te heffen en de bewoners op Laarbrug onder te brengen.

24-07-1958
De minister van Maatschappelijk werk dr. Marga Klompé heeft dinsdagmiddag een bezoek gebracht aan het Keiezen – Woonoord Laarbrug te Ommen. Zij werd ontvangen door de inspecteurs Ambonezenzorg, mr. E.J. van der Laan, de kampleider, de heer A. Hendriks, de kampoudsten en twee hoofdbestuursleden van de K.R.P.P.T. Na ten huize van de heer Hendriks, de thee te hebben gebruikt bezocht de minister de juist gereedgekomen nieuwe barakken, zeven in getal, welke 32 woningen bevatten. Ook het oude kamp-gedeelte, dat binnenkort gesaneerd wordt, had de aandacht van mej. Klompé. Het ligt in de bedoeling om het woonoord Eerde, dat in zeer slechte staat verkeerd, op te heffen. Een deel der bewoners zal worden overgebracht naar de Laarbrug. Het huidige woonoord telt 297 zielen, na de sanering zal dit beduidend hoger zijn. Nadat de minister de ziekenzaal met de daaraan verbonden kraamkamer had bezichtigd, liet hij zich uitvoerig inlichten over het kampleven.

Bron: Harry Woertink